• abcnova nieuws

    Wij houden u graag op de hoogte

Blog | Huidige prijsstijging in de bouw; voor wiens rekening?

26 september 2018

Stijgende bouwkosten worden een steeds groter probleem voor bouwprojecten met lange doorlooptijden. In 2017 zijn de bouwkosten met 7,5% gestegen en ook voor dit jaar zijn dergelijke cijfers voorspeld. Als gevolg hiervan lopen diverse projecten vertraging op of komen zelfs volledig stil te liggen. We zien bijvoorbeeld dat aanbestedingen stopgezet moeten worden als de budgetten meer dan een jaar geleden zijn vastgesteld, omdat het gewoonweg niet haalbaar is.

Er zijn diverse oorzaken te noemen voor de stijging, maar één van de belangrijkste is dat aannemers (en leveranciers) vandaag de dag meer dan genoeg werk hebben, waardoor lonen en tarieven stijgen. Aannemers voelen direct het gevolg van deze stijging en er kan discussie ontstaan tussen opdrachtgever en aannemer over de vraag wie deze prijsstijgingen moet betalen. Een discussie die enkele jaren geleden werd gevoerd omtrent de staalprijsstijgingen, ingegeven door het tekort aan grondstoffen voor staal. Waar de aannemer destijds vaak werd gecompenseerd, doordat hij de prijsstijging van dit specifieke materiaal kon doorbelasten aan de opdrachtgever, bleef de opdrachtgever met lege handen achter. Hij moest wel extra betalen, maar kreeg daar niets aanvullends voor terug. Momenteel lijkt echter sprake te zijn van een meer algemene stijging van bouwkosten over de gehele breedte, zoals loon van personeel en kosten voor materiaal. Zijn de huidige meer algemene prijsstijgingen vergelijkbaar met de staalprijsstijgingen destijds?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden schets ik eerst het juridisch kader waarbinnen deze discussie plaatsvindt.

Overeenkomst, UAV 2012 en de wet

Het is mogelijk om voor een bouwproject een risicoregeling overeen te komen. Dit is een regeling tussen de opdrachtgever en de aannemer, welke als doel heeft om sterke prijsfluctuaties van lonen, energie en materialen te compenseren. Echter, risicoregelingen en andere verrekenmogelijkheden worden in aannemingsovereenkomsten vaak uitgesloten. De aanneemsom is hierdoor in beginsel prijsvast tot het einde van het werk. Ondanks het feit dat risicoregelingen zijn uitgesloten en er in de overeenkomst of in het bestek geen andere verrekenmogelijkheden zijn opgenomen, kan een aannemer (of leverancier) in sommige gevallen de extra kosten door prijsstijgingen toch vergoed krijgen. Deze mogelijkheid vloeit voort uit het bepaalde in paragraaf 47 UAV 2012 en de artikelen 7:753 en 6:258 BW:

  • In paragraaf 47 UAV 2012 is opgenomen dat de aannemer aanspraak kan maken op bijbetaling, indien sprake is van kostenverhogende omstandigheden die a) van dien aard zijn dat hier bij het tot stand komen van de overeenkomst geen rekening behoefde te worden gehouden, die b) de aannemer niet kunnen worden toegerekend en die c) de kosten van het werk aanzienlijk verhogen.
  • Artikel 7:753 BW kent een vergelijkbare regeling.
  • Onder de gelding van artikel 6:258 BW dient het te gaan om onvoorziene omstandigheden welke van zodanige aard zijn dat een ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag worden verwacht, hetgeen een terughoudende toepassing meebrengt. Tevens zal een rechter hierover moeten oordelen.

Kort gezegd, moet het – ingevolge paragraaf 47 UAV 2012 en artikel 7:753 BW – gaan om omstandigheden waarmee de aannemer bij zijn aanbieding/inschrijving geen rekening hoefde te houden. Tevens zal sprake moeten zijn van een aanzienlijke verhoging van de kosten van het werk. In jurisprudentie wordt wel gesproken van een vuistregel van 5% ten opzichte van de totale aanneemsom. Echter, dit percentage is afhankelijk van de specifieke marktomstandigheden en de betreffende kennis en kunde van de aannemer.

Overigens kan de vuistregel van 5% ertoe leiden dat de hoofdaannemer jegens de opdrachtgever geen aanspraak kan maken op bijbetaling, maar de onderaannemer dat jegens de hoofdaannemer wel kan. Hier kan het voorbeeld van staal worden gebruikt. De aanneemsom van de onderaannemer is aanzienlijk lager dan de hoofdaanneemsom. Relatief gezien is de stijging in de relatie onderaannemer – hoofdaannemer vele malen hoger dan de stijging in de relatie hoofdaannemer – opdrachtgever. Het is derhalve mogelijk dat een onderaannemer wel een beroep toekomt op de regeling van paragraaf 47 UAV 2012 of van artikel 7:753 BW, maar de hoofdaannemer – die eveneens door de kostenverhoging wordt getroffen – niet.

Artikel 6:258 BW moet beduidend terughoudender worden toegepast, waarbij trouw aan het gegeven woord (vaste aanneemsom) als uitgangspunt wordt gehanteerd en waarbij het ingrijpen in een overeenkomst, zeker in geval van professionele partijen, alleen bij hoge uitzondering plaatsvindt.

Huidige prijsstijgingen

Het is maar de vraag of een aannemer op basis van bovenstaande daadwerkelijk aanspraak kan maken op een algemene stijging van personeels- en materiaalkosten. Men kan beargumenteren dat een aannemer in de huidige markt rekening moet houden met een stijging van personeels- en materiaalkosten bij het tot stand komen van de aannemingsovereenkomst. Sinds 2016 is immers al sprake van een aanzienlijke stijging. De vraag is groter dan het aanbod, waardoor de lonen en tarieven over de gehele breedte zullen stijgen. Daarentegen kan ook beargumenteerd worden dat er sprake is van een aanzienlijke stijging (meer dan 5%), waar een aannemer zelfs in de huidige markt geen rekening mee kon én hoefde te houden. Deze situatie is in die zin niet vergelijkbaar met de prijsstijging van staal destijds, aangezien toen de kosten van één bepaald soort materiaal onvoorzien en aanzienlijk stegen. Waar aannemers (staalleveranciers) destijds werden gecompenseerd voor de prijsstijging van staal, zal het nu meer aankomen op de omstandigheden van het geval.

Conclusie

Opdrachtgevers kunnen aanspraken van aannemers op kostenverhogende omstandigheden weren, door het uitsluiten van risicoregelingen. Indien een opdrachtgever ook onvoorziene prijsstijgingen wilt weren, dan zullen de regelingen van paragraaf 47 UAV 2012 en artikel 7:753 BW moeten worden uitgesloten. Echter, de aannemer zal bij het uitsluiten van de genoemde regelingen en andere risicoregelingen mogelijk een risico-opslag opnemen in zijn begroting.

Aannemers doen er verstandig aan om te bedingen dat bij een bepaald percentage van aanneemsom sprake is van een aanzienlijke en onvoorziene verhoging, waardoor niet wordt toegekomen aan de ‘onzekere’ regelingen uit de UAV 2012 en de wet.

Om een discussie omtrent prijsstijgingen te voorkomen is het van belang een evenwichtige regeling op te nemen in de aannemingsovereenkomst. In deze regeling zullen de belangen van beide partij tot uitdrukking moeten komen. Ik adviseer u graag bij het opstellen van een dergelijke regeling!

Deel dit bericht:

Wij houden u graag op de hoogte

Schrijf u hier in voor de nieuwsbrief

Vul een voornaam in.
Vul een achternaam in.
Vul een (geldig) e-mailadres in.
Blog | Huidige prijsstijging in de bouw; voor wiens rekening?
abcnova gebruikt cookies en scripts van Google om uw gebruik van onze websites geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en advertenties kunnen tonen. Meer informatie is beschikbaar in onze privacy statement.